Start       Boeken       Column       Gedichten       Musical       Fabels       Contact        Knipsels       Biografie
Het broeinest in de bezemkast, een moderne fabel.

De deur ging maar moeizaam open, en dan nog niet verder dan een kier. De afwasborstel, die was aangewezen omdat zij de enige was die niet protesteerde, gluurde door de ontstane kier en trok de deur gelijk weer dicht. Ze zag nog bleker dan normaal.
Wat is er, wat zag je? riep de zeemleren lap vanachter de veilige borstwering van een stapel zwarte emmers. Pluizen! hijgde de afwasborstel, duizenden pluizen! Pluizen? gilde de snel overstuur rakende luiwagen. De zeepblokken op de plank in de hoek begonnen op hoge toon door elkaar heen te kakelen. Het gerucht ging immers al langer: er was daarbuiten een stroom pluizen onderweg, zo groot dat ze het leven buiten de Kast verstikten. Een van de boenders had ze zelf zien komen toen hij buiten in de zon lag te drogen. n Enorme wolk van grijs-witte pluizen die door de wind rechtstreeks naar de Kast werd geblazen.
In de paniek die dit bericht in de Kast veroorzaakte nam de brede bezem als vanzelf de leiding. Rustig mensen, rustig blijven. We moeten overleggen hoe we hier het beste uit kunnen komen. Overleggen was een hobby van de bezem. De met bloemen beschilderde emmers die sinds de komst van de zwarte emmers uit protest in de uiterste rechterhoek van de Kast verbleven, schreeuwden luidkeels dat het de schuld van de zwarte emmers was, maar bonden in toen de grote brede bezem hen bestraffend toesprak. Iedereen herinnerde zich nog hoe dezelfde witte emmers destijds de vluchtelingen die zich Swiffers noemden buiten de deur hadden weten te houden. Iedereen had zich geschaamd maar daar hadden die Swiffers niks aan!
Er is nog niets over de oorzaak bekend, dus hou je n beetje in! De zeemleren lap, altijd al een glad, uitgeknepen figuur die zich regelmatig met een handspuitje nat hield omdat hij rimpels kreeg als hij teveel droogde, probeerde de situatie uit te buiten en de witte emmers aan zijn zijde te krijgen. Maar iedereen wist dat de gladde lap alleen voor zichzelf in de Kast zat.
Met elkaar de schuld geven komen we nergens, sprak de bezem verzoenend. We moeten hier samen uit zien te komen. Samen? piepte een tube extra-sterk vanaf de bovenste plank. Wat kan ik in godsnaam doen? voegde zij er bijna huilend aan toe. Jij niet veel, bromde de luiwagen, en ik heb last van mijn steel, dus eh..... Zijn lafheid was nog groter dan zijn luiheid, dat was bij iedereen bekend. We moeten een goed plan bedenken, waar we die pluizen mee te lijf kunnen, opperde de immer optimistische bezem. Iedereen knikte instemmend, maar welk plan?
Jullie kunnen ze wegvegen, riepen de boenders in de richting van de bezems. Tja, gaf de grote bezem toe, maar wij kunnen alleen op de grond iets doen. En bovendien, als ze tussen onze haren gaan zitten dan verstikken ze ons! Dat geldt ook voor ons, liet de stoffer zich horen, die tot dan toe lekker op zijn blik had gelegen. Alleen over de grond. Jullie kunnen ons vol vegen, opperde een van de zwarte emmers. Dat is geslijm om er zelf beter van te worden, schreeuwden de witte emmers in koor. En zo had ieder van de bewoners van de Kast wel n reden om niet als eerste de gevreesde pluizen te lijf te gaan.
De grote bezem wreef wanhopig met een hand door zijn haren. Hij wist dat er van hem verwacht werd dat hij iets zou doen. Maar hij wist niet wat! Opeens trok het blik op de tweede plank zijn aandacht. Het blik zei nooit zoveel, zij leek er alleen te zijn om de stoffer te behagen, maar nu fluisterde zij de bezem toch iets in het oor. Die trok eerst een ongelovig gezicht, keek toen naar de allerbovenste plank tegen de blinde muur en begon toen zowaar te glimlachen. Iedereen volgde zijn blik naar boven maar niemand begreep dat daar de oplossing moest liggen. Want daar, bijna tegen het plafond en vlak bij het kale peertje dat de Kast verlichtte lagen tien grote stapels kleurrijke lappen. Wel netjes opgevouwen maar toch echt niet indrukwekkend te noemen! Er lagen rode, groene, blauwe, gele! En niemand had ze tot nu toe gehoord. Niet over de pluizen, tenminste. Waar ze het onderling over hadden, daar moest iedereen naar gissen. Ze hadden zo hun eigen taaltje.
En nu mochten ze zich opeens in de aandacht van de grote bezem verheugen. De voorste laag bloosde ervan en krulde zo waar op aan de hoekjes, zo groot werd de opwinding opeens. De laatste keer dat ze iets van spanning gevoeld hadden was al weer n half jaar geleden, toen ze al hun moed bijeen hadden geraapt om de grote bezem te smeken om een plekje op een plank aan de andere muur, zodat ze uit het raam zouden kunnen kijken. De grote bezem had dit verzoek, ook onder druk van de witte emmers, vriendelijk doch beslist afgewezen. Het had de duizend-dingen-doekjes, want dat waren zij, doen beseffen dat zij niet echt meetelden in de hiërarchie van de Kast.
En nu stond diezelfde grote bezem naar hen te kijken alsof zij zijn laatste redmiddel waren. Lieve doekjes, begon de bezem zalvend, want dat kon hij goed, lieve doekjes, jullie zijn de enige die ons van die monsterlijke pluizen kunnen redden. Dat geloven jullie misschien niet, - de duizend-dingen-doekjes schudden eensgezind hun katoenen hoofdjes- maar het is toch echt zo! Als jullie schouder aan schouder als één groot scherm naar buiten gaan, dan kunnen jullie die pluizen verjagen! De doekjes gingen niet in discussie maar keken elkaar om steun zoekend aan. Sterker nog, voegde de bezem er snel aan toe, jullie zijn onze laatste hoop! En jullie zullen er in de toekomst ruim voor beloond worden. Nou, ruim, bemoeide de zeemleren lap zich er mee, maar de boze blikken van de boenders en de zwarte emmers deden hem ineen krimpen. Snel liep hij naar de handspuit om zich nog ns goed nat te maken.
We doen t, klonk het vanaf de plank van de duizend-dingen-doekjes. En ze vroegen niet eens om garanties! Plichtsgetrouw liepen ze achter elkaar naar de kier van de deur. De afwasborstel opende hem nog iets verder terwijl hij medelijdend naar de stoet doekjes keek die volgens hem rechtstreeks naar hun ondergang liepen. Ee grote bezem applaudisseerde en riep ze nog wat bemoedigende woorden toe. De rest volgde aarzelend zijn voorbeeld.
Eenmaal buiten ontvouwden de voorste duidend-dingen-doekjes zich en vormden zo een scherm voor de anderen die daar in golven achteraan kwamen. Steeds meer doekjes, steeds groter het scherm! Breder, hoger, en steeds dichter drongen de doekjes de pluizen achteruit. Eerst nog wat aarzelend, omdat het voor hen ook nieuw was, maar al gauw met een bewonderenswaardige inzet en felheid. Steeds groter werd de ruimte vóór de Kast, er waren steeds meer pluizen die zich om wilden draaien om te vluchten, maar een pluis heeft maar één kant, dus raakten er steeds meer in paniek! Ongecontroleerd vlogen zij door elkaar heen naar het punt waar de minste weerstand was: naar de weg en verder het grote weiland in!
De duizend-dingen-doekjes achtervolgden hen nog n poosje, tot de lol er vanaf was, en dwarrelden toen op de wind terug naar de Kast. Daar werd zij als helden ontvangen en prompt beloofde de grote bezem hen een prachtige plaats vlakbij het raam.
Maar of ze die ook echt gekregen hebben? De luiwagen dacht er het zijne van: Die bezem, mompelde hij in zichzelf, die bezem belooft wel vaker wat!

Deze fabel draag ik op aan alle mensen in de zorg, letterlijk van hoog tot laag!
2016 Appelman.info. All Rights Reserved